Waarom opgeven soms de enige mogelijkheid is

‘We hebben een uitvaller. Startnummer 13049.’

Ik heb opgegeven. De teleurstelling is van mijn gezicht af te lezen. Je doet er goed aan proberen de EHBO medewerkers mij wijs te maken.

Voorzichtig stap ik het EHBO busje in. Voor mij ligt een brancard. Rechts voor mij zit een mevrouw. Links van haar zit een man ineen gekrompen; zichtbaar van streek.

‘Waar heb jij last van?’ vraagt de vrouw. ‘Ik heb last van mijn linkerheup’ zeg ik terwijl de teleurstelling weg ebt en plaats maakt voor opluchting.

‘Ik ook. Het komt vast door het mulle zand.’ ‘Dat zal best’, zeg ik terwijl ik instemmend mee knik.  ‘Volgende week ga ik skiën, dus ik kan geen blessure oplopen.’ vervolgd ze haar verhaal. ‘Dat zou zonde zijn’ antwoord ik.

De race

Mijn gedachte dwalen af naar de race, de halve marathon van Egmond. Naar de ietwat rommelige start op de boulevard draaien we al snel het strand op. Met het zonnetje in mijn gezicht ga ik lekker van start. Het zand is niet keihard, maar ook niet zacht. Moeite met rennen heb ik dan ook niet. Mijn conditie voelt goed, mijn tempo voelt goed. Kortom ik geniet.

Als mijn horloge elke km een tussentijd opgeeft, ben ik verbaasd. Gezien ik sneller loop dan mijn afgelopen trainingen. Ik voel mij goed dus snelheid afnemen. Ho maar.

Bij kilometer 4 komt daar verandering in. De structuur van het zand veranderd en het gevecht begint.

Ploeterend probeer ik mijn weg te vervolgen. Voor mij zie ik een stroom met hardlopers. Het ziet er niet naar uit dat we snel het strand afgaan.

‘Ik heb te vroeg gejuicht’ roept een oudere man naast mij. Zichtbaar naar adem happend probeer ik hem uit te leggen dat ik het pittig vind. Ik heb al mijn aandacht nodig om mijn evenwicht te behouden.

Alsof het zand niet het enige is, begint er een pijn op te spelen in mijn linkerheup. Ik probeer er doorheen te bijten, maar met elke stap die ik zet verergerd de pijn. ‘Kom op, je hebt 42km gelopen dit kun je ook’ probeer ik mezelf toe te spreken.

Ik stop bij het volgende waterpunt. Met het beeld op een vrouw die haar maaginhoud naar buiten gooit, neem ik even de tijd om mijn bekertje water leeg te drinken en te stretchen. In de hoop dat de pijn afneemt.

De pijn wordt almaar erger. Lopen. Rennen. Lopen. Rennen. Zelfs lopend, weet ik niet waar ik het zoeken moet van de pijn. Als de tranen in mijn ogen schieten en misselijkheid omhoog komt, weet ik dat het genoeg is. Met nog 8km te gaan, is de wanhoop nabij.

Gelukkig kom ik niet veel later een EHBO punt tegen waar ik na lang wikken en wegen een in, mijn ogen dapper, besluit neem. Ik geef op.

De foto is afkomstig van de organisatie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *